← Pollenio

Pollenkalender: welke pollen vliegen wanneer?

Els in februari, berk in april, gras in juni, ambrosia in september. Dit is wanneer de zes pollensoorten vliegen die in Noordwest-Europa de meeste klachten geven — en waarom een kalender je maar de helft van het verhaal vertelt.

Aquarel van hetzelfde landschap in vier seizoenen: katjes, zomergroen, herfstblad en rijp
Elk seizoen zijn eigen pollen. Wanneer ze vliegen verschilt per jaar.

1Els en hazelaar — januari tot april

De eerste van het jaar, vaak nog terwijl het vriest. Bij een zachte winter beginnen de katjes al in januari te stuiven, met een piek in februari en maart. Wie denkt dat hooikoorts een zomerklacht is, wordt door deze twee elk voorjaar verrast.

2Berk — maart tot mei

De bekendste boompollen van Noordwest-Europa, en voor veel mensen de zwaarste. Het seizoen is kort maar hevig: enkele weken rond half april waarin de concentraties hoog oplopen. Een warm voorjaar schuift die weken naar voren.

3Gras — mei tot augustus

De grootste groep. Grassen bloeien van eind mei tot in augustus, met een piek in juni. Omdat gras overal staat — bermen, weilanden, je eigen gazon — is eraan ontkomen lastiger dan bij bomen.

4Bijvoet — juli tot september

Een kruid van wegbermen en braakliggend terrein. Het seizoen overlapt met het staartje van het gras, waardoor klachten kunnen doorlopen terwijl het grasseizoen al afloopt.

5Olijf — april tot juni

In Nederland en België speelt olijf geen rol, rond de Middellandse Zee des te meer. Relevant als je in het voorjaar naar Zuid-Europa gaat: daar kun je klachten krijgen die je thuis niet kent.

6Ambrosia — augustus tot oktober

De nakomer, die bloeit als de rest klaar is. In Nederland nog beperkt aanwezig, in Midden-Europa een groeiend probleem, en langzaam noordwaarts opschuivend.

Schermafbeelding van de pollenkalender in Pollenio: een raster van veertien pollenbronnen tegen de twaalf maanden, per maand gekleurd van zwak naar sterk
De pollenkalender in de app: veertien bronnen, december tot november. De zes hierboven zijn wat Pollenio dagelijks meet; de rest staat er als naslag.

Waarom de kalender maar de helft vertelt

Deze maanden zijn gemiddelden. Een warm voorjaar schuift het berkseizoen weken naar voren, een natte week haalt de lucht schoon, en tien kilometer verderop kan de telling anders zijn. Maar het grootste verschil zit in jou: twee mensen met hooikoorts in dezelfde straat reageren zelden op dezelfde soort. Een kalender vertelt wat er vliegt, niet waar jíj last van hebt.

Dat laatste kom je alleen te weten door je eigen dagen naast de metingen te leggen — een seizoen lang, niet een week.

In Pollenio

Bij elke check-in legt Pollenio deze zes soorten voor jouw locatie vast, samen met het weer en de luchtkwaliteit. Jij vult alleen je eigen dag in: neus, ogen, luchtwegen en slaap. Na een seizoen laat de app per pollensoort zien of er een verband zit, of dat er nog te weinig dagen zijn om iets te zeggen.

Zelf ontdekken

Pollenio staat in Google Play. Loggen is gratis en alles blijft op je telefoon.


Bronnen: de pollendata in Pollenio komen van Open-Meteo (els, berk, gras, bijvoet, olijf en ambrosia). De maanden hierboven zijn gemiddelden voor Noordwest-Europa; nationale pollenmetingen laten van jaar tot jaar verschuivingen van weken zien.

Pollenio is een dagboek, geen diagnose- of behandeltool. Met vragen over je klachten of medicatie ga je naar je huisarts.